“Je moet authentiek zijn om erbij te horen.”

van_hoge_naar_nieuwe_kunst_abbingEen paar maanden geleden kwam ik Hans Abbing tegen op een niet al te verheffende conventie. Hans is econoom en beeldend kunstenaar. Mede door deze leuke combinatie schreef hij een raak boek: ‘Why Are Artists Poor‘. Het lezen waard!

We raakte aan de praat en voordat hij vertrok gaf hij mij een exemplaar van zijn nieuwe boek/essay ‘Van hoge naar nieuwe kunst‘, welke vooral is gericht op de muzieksector. Van de week eindelijk aan toegekomen om is te lezen. Misschien geen wereldschokkende nieuwtjes, maar wel zeer bruikbare en duidelijke punten ter overpeinzing.

Het boekje gaat voornamelijk in op de hoge kunst (kort door de bocht het klassieke concert of een opera voorstelling) en de nieuwe kunst (popmuziek, rap, dance) en dan met name de beleving van deze kunstvormen. Gedrag, sfeer, publiek en ontwikkelingen worden belicht. Hans geeft een paar mooie en onderbouwde bevindingen.

Hans Abbing over het muziek-publiek:

“De doorsnee liefhebber wil geen moeite doen; hij wil vooral meer van hetzelfde. Maar dit geldt niet voor de specialist. Elke kunstvorm kent een kleine groep van specialisten en een grote groep van ‘gewone’ liefhebbers. De specialisten zijn van mening dat echte kunst er alleen is voor mensen, die moeite doen. […] De specialisten verliezen uit het oog dat het merendeel van de gewone liefhebbers helemaal geen moeite wil doen en ook niet wil leren. Ze kunnen ook genieten zonder details te onderscheiden. Zelfs na eindeloos herhaald luisteren of kijken blijven bepaalde details hun ontgaan. Voor hen is dat geen probleem.”

Als artiest kan je deze constatering nog wel eens uit het oog verliezen. Wil je een publiek benaderen naast ‘specialisten’, houdt dan rekening met de ‘luiheid’ van het publiek. Waarom is Frans Bauer zo belachelijk populair? Simpel. Het is simpel.
Dat betekend niet dat je ook Frans Bauer-muziek moet gaan maken. Integendeel. Naar mijn vrije interpretatie mag je wel kritisch kijken naar je song als je ‘populaire’ muziek wil maken. Maak je het voor het publiek niet te moeilijk?

Wat betreft podium performance en sfeer zegt Hans:

“Het publiek verwacht bij klassieke muziek een zeer goede uitvoering, die van orkest tot orkest maar weinig mag verschillen, en het poppubliek verwacht vooral een persoonlijke uitvoering die sterk verschilt van die van artiesten die hetzelfde werk uitvoeren. Het publiek verwacht eveneens dat de concerten binnen één serie telkens anders zijn. Door een verschillend verlopende communicatie tussen spelers en publiek is dat ook meestal zo. Vooral de sfeer verschilt. Het is niet toevallig dat de critici in de media relatief veel aandacht besteden aan de sfeer tijdens een popconcert.”

Als uitvoerend muzikant heb jíj het meeste vat op de sfeer van je optreden. En dan doel ik niet alleen op de muziek. Creeër ook voor, tijdens en na het concert iets om je concert heen. In Nederland, is mijn ervaring, komt het (muziek)café-publiek eerder naar het muziekoptreden vanwege de sociale gathering, dan dat het de moeite wil doen de muziek te ontdekken. In de basis moet jouw muziek zichzelf verkopen, maar je komt er niet onder uit dat een interessante performance met de dag belangrijker wordt om aandacht te winnen.

Verder nog een analyse door Hans van de jongste generatie publiek (tussen 15 en 25 jaar):

“De jongste generatie is gekarakteriseerd met behulp van de termen slimmer, sneller en socialer. Het woord zelfbewuster zou ook goed in het rijtje passen. […] Groepen en groepjes zijn belangrijk. Tegelijk hecht men al op jonge leeftijd aan authenticiteit bij zichzelf en bij vrienden. Maar er is geen conflict tussen sociaal en authentiek. Binnen de eigen groep is authenticiteit essentieel. Zoals gezegd: je moet authentiek zijn om erbij te horen.”

Wanneer authenticiteit een belangrijke rol vervult bij de huidige generatie jongeren, weerspiegelt dat zeer waarschijnlijk ook in hun muziekkeuze. Althans, dat zou je zeggen. Ik zie in de huidige muziekbeleving voornamelijk het sociale aspect naar voren komen: het delen. Wanneer bepaalde mensen in mijn omgeving voor mij nieuwe namen laten vallen, wil ik die heel graag horen. Ik download hun muziek en hoop de verwachte verrassing te krijgen. Ben ik dan nog wel zo authentiek? Zijn we dan niet een grote kudde schapen?

Of is ‘authenticiteit’ anders te interpreteren? Wil de jongere generatie zich graag identificeren met authentieke muzikanten? Ik denk dat dit steeds belangrijker gaat worden. Alhoewel de trend dit tegenspreekt.

Esmee Denters is populair onder de jongeren maar absoluut niet authentiek. Lisa (winnaar laatste X Factor) komt met een opgelegd album met opgelegde liedjes. Als je wint, staat dat in het contract. ‘Halleluja’ prijkt al 10 weken als nummer 1 op de hitlijsten. Dit is een cover (echt?), maar losstaand daarvan, authentiek is de Lisa van nu niet.

Toch denk ik dat (op den duur) de fanbases van authentieke acts duurzamer zijn. Duurzamer dan de vluchtige fans van machinale pop-idolen. Wie staat er bijvoorbeeld morgen bij een optreden van Rafaella of Sharon?

Er zijn nog meer interessante bevindingen van Hans Abbing. Volgende post komt later dit weekend.

6 comments on ““Je moet authentiek zijn om erbij te horen.””

  1. Dandaarbij is het verhaal dat het publiek een zo goed mogelijk gereproduceerde uitvoering van een stuk klassieke muziek wil horen ook gewoon niet waar. Want ook in klassieke muziek is de term “goed” relatief. Oneindig veel interpretaties van Beethoven.

    En wat Geert zei, ben ik het mee eens. Maar ik denk ook dat het ‘gewone’ publiek nog steeds wel vatbaar is voor een ‘gekke twist’ op een bestaande hitformule. Dat soort dingen blijven langer houdbaar en daar heb je natuurlijk veel meer aan dan one-hit-wonders.

    Doei

  2. @Martijn
    Hmmm, dat lijkt me sterk. Als je het hebt over ‘een werk uitvoeren, heb je het m.i. over ‘een nummer uitvoeren’. Maar ik leen het boekje graag van je 🙂
    Vreemd dat Abbing popmuziek als geheel beschouwt zonder een belangrijke tweedeling te benoemen: het reproducerende deel (de coverbands) en het producerende deel (dat eigen werk speelt). Dat heeft een directe relatie tot de manier waarop je als publiek de muziek beleeft en de manier waarop je als band invloed hebt op zaken als sfeer en performance.
    Mijn punt is eigenlijk: als het zo is dat Abbing verschillen duidt tussen de beleving van klassieke muziek en ‘originele’ bands lijkt me dat niet erg relevant, omdat je daarmee appels met peren vergelijkt.

  3. Dat is nog eens uitgebreid 🙂

    ‘Werk’ zie ik in dat verband als ‘arbeid’ en niet als ‘uitvoering’. In het hele boek komt namelijk nooit de coverband of -artiest naar voren, wel de popartiest of -band.

    Wat betreft die diepere lagen, daar zit zeker wat in! Volgens mij is dat bijvoorbeeld waarom The Beatles zo belachelijk populair zijn. Voor specialist en gewoon publiek enorm interessant.

    Ik zal je mijn boekje is uitlenen.

  4. Leuke post. Ben benieuwd naar de rest!
    Even wat losse flodders:
    Abbing onderscheidt twee groepen in het publiek: de ‘specialisten’ en het ‘gewone’ publiek. Het mooist is het natuurlijk als je als artiest beide groepen weet te bereiken. Dat kan, voorbeelden genoeg. Het is de kunst om in je muziek meerdere lagen aan te brengen. Oppervlakkige, toegankelijke lagen en dieper liggende.
    Over podiumperformance zegt Abbing:’het poppubliek verwacht vooral een persoonlijke uitvoering die sterk verschilt van die van artiesten die hetzelfde werk uitvoeren’. Huh? Heeft ‘ie het nou over coverbands? In dat geval denk ik dat het publiek juist een zo goed mogelijke kopie van het origineel wil horen. Er is namelijk juist een grote overeenkomst tussen het uitvoeren van klassieke muziek en pop-covers. Het gaat in beide gevallen om reproductie, in tegenstelling tot artiesten die hun eigen werk uitvoeren. Hoewel daar ook grote verschillen te onderkennen zijn. Een willekeurige band die af en toe ergens op het podium staat heeft een heel andere concertpraktijk (en sterk wisselende performance) dan de mega-artiest die op tour gaat en avond aan avond hetzelfde draaiboek volgt.
    @Martijn Wat betreft het publiek dat Lisa’s ‘Halleluja’ koopt: ik denk niet dat je kunt spreken van dom of niet veeleisend. Het is gewoon onwetendheid. Niet negatief bedoeld, maar ze kennen gewoon het origineel niet en dat boeit ze ook niet. Dat komt zo vaak voor. Het grote publiek koopt het omdat men het een mooi nummer vindt en de specialisten ergeren zich omdat het origineel zo veel authentieker is. So be it.
    Ben overigens wel benieuwd naar dat essay van Abbing. Vooral omdat hij uit een andere kunstdiscipline komt. Muziek is zo anders dan beeldende kunst. En daarbij, zowel popmuziek als klassieke muziek bestaat in zoveel verschijningsvormen, lijkt me lastig om beiden te vergelijken…

  5. Toch kopieert Lisa een hit (letterlijk), en eet het publiek uit haar handen. 10 weken nummer 1. Dus is het publiek dan toch dom? Ik denk eerder: niet veeleisend. Of het voor de duurzaamheid van Lisa als artiest een slimme zet is betwijfel ik ten zeerste. Gaat ze ‘haar eigen ding doen’ zal ze een hoop fans verliezen. Alleen Boris lijkt zich van zijn Idols-ball-and-chain te ontdoen.

  6. Tsja, helemaal mee eens. De échte hits zijn altijd net even rare nummer die de “formule” van een hit in een eigenwijs jasje gooien. Daarom gaan er zoveel idols mensen de mist in omdat het kopiëren van de bestaande hits gegarandeerd succes lijkt, maar zo dom is het publiek volgens mij niet.

Say Something

Your email address will not be published. Required fields are marked *